potgrond maken

We zeggen dat we lokaal aarde maken in een Wormerij en dat is ook zo, maar nadat de wormen hun werk hebben gedaan kun je zelf nog een stapje verder gaan: potgrond maken.

In de natuur bestaat er geen potgrond; wat wij ‘zwarte aarde’ noemen is het natuurlijke product van de activiteit van aardwormen. De verschillende soorten aardwormen zorgen er vanzelf voor dat hun organische uitwerpselen worden gemengd met het zand, silt en klei die in de ondergrond zit.
Als we in een Wormerij alleen groente- fruit- en etensresten (GFE) voeren aan de wormen, moeten we de wormenpoep daarna nog mengen met mineralen om er aarde van te maken. Voor een prettig verwerkbaar product kun je er ook extra vezels aan toevoegen die zorgen dat het water goed vastgehouden wordt.

Potgrond is een mengsel van mineralen (zand/silt/lutum), vezels en compost. Soms wordt het nog verrijkt met andere voedingsstoffen. De verhoudingen van de materialen verschillen met de toepassing; voor bijvoorbeeld zaaigrond wat meer zand en voor kamerplanten wat meer vezels.

Gemiddelde potgrond bevat ± 50% mineraal, 40% vezels en 10% compost.

v.l.n.r.: mineraal (zand), vezel (kokos) en compost (wormenpoep)

Meng alles goed door elkaar en klaar is de potgrond. Voor specifieke planten kun je speciale recepten volgen en wij geven ook workshops potgrond maken waar we meer erover uitleggen. Hieronder geven we alvast wat tips, vooral voor de vezels zijn veel mogelijkheden met elk voor- en nadelen, wij gebruiken meestal kokosvezel.

50% Mineraal

Alles wat nooit geleefd heeft noemen we mineraal of ook wel anorganisch. De aardkorst bestaat voor het grootste deel uit mineraal. Rotsen worden afgebroken tot zand en dat is dan ook het meest voorkomende mineraal. Het is meestal een mengsel van allerlei soorten rotsen die in heel kleine stukjes zijn gebroken en door elkaar zijn gehusseld. Als de korrels kleiner zijn dan 2 millimeter dan noemen we het zand; kleiner dan 63 micrometer noemen we silt; kleiner dan 2 µm noemen we lutum (en grond met veel lutum noemen we klei). Zand is dus altijd een mengeling van allerlei kleine stukjes mineraal.
Er zijn ook heel bijzondere soorten mineraal. Vulkanisch gesteente bevat bepaalde mineralen in andere hoeveelheden dan ‘gewoon’ zand, woestijnzand of strandzand. Gemalen marmer of graniet bevat heel puur mineraal van één soort en op sommige plekken op Aarde wordt mineraal met heel zeldzame eigenschappen gevonden.
Je kunt vele soorten zand kopen maar meestal is ‘gemengd zand’ zoals dat door de grote rivieren wordt aangevoerd naar ons land prima geschikt om potgrond mee te maken. Let wel op dat het zand niet vervuild is met stoffen waar planten (of mensen) niet goed tegen kunnen. Erg veel zout (zeezand) is niet goed voor planten en vervuilde grond waar giftige stoffen in zitten is uiteraard ook niet geschikt.

40% Vezels

Om te zorgen dat de potgrond water langer vasthoudt en een luchtige structuur heeft kun je er vezels aan toevoegen. Veel planten kunnen prima groeien in alleen zand, maar sommige planten hebben meer nodig.
In de natuur ontstaan vezels vanzelf wanneer de stevige delen van planten langzaam worden afgebroken en gemengd worden met de mineralen. Omdat het afbreken van houtige delen van planten lang duurt voegen we aan potgrond ‘kant-en-klare’ vezels toe die van nature groeien aan planten of die we zelf kunstmatig maken.

Omdat er zoveel mogelijkheden bestaan voor vezels, leggen we graag van een paar soorten uit waar je op kunt letten:

Veen

Veel potgrond in de winkel is gemaakt op basis van vezels van veen uit de Baltische staten. Door het afgraven van veen komen er veel broeikasgassen vrij; het is één van de grootste oorzaken van klimaatverandering. Bovendien duurt het 3000 jaar voordat het extreem langzaam groeiende veen weer opnieuw is aangegroeid. Het is dus eigenlijk een ‘fossiele’ grondstof waar we heel zuinig op moeten zijn.
In Nederland was voor de middeleeuwen vrijwel overal veen, soms wel in lagen van 7 meter dik. Onze voorouders hebben dat afgegraven en opgebrand in de kachel als turf (gedroogd veen). Nu verbranden we het niet meer, maar het is nog steeds zonde om er potgrond van te maken. Kortom: gebruik geen veen als vezels!

Kokos

Een alternatief dat langzaamaan in de potgrond-industrie wordt gebruikt is kokosvezel. Rond een kokosnoot zit dikke laag vezelig materiaal dat de vrucht beschermt. Dit materiaal kan worden gebruikt als vezel in potgrond en heeft op veel vlakken betere eigenschappen dan veen. Het kan meer water vasthouden en zorgt voor een zeer stabiele zuurgraad van de grond.
Vrijwel alle kokosvezel wordt geproduceerd in India en Sri Lanka en het moet dus van ver weg worden aangevoerd. Het moet ook eerst gewassen en gebufferd worden voordat het veilig in potgrond gebruikt kan worden. Bij het wassen worden voor planten schadelijke zouten eruit gespoeld en het bufferen zorgt ervoor dat de zuurgraad op een neutraal niveau wordt gebracht.
Voor potgrond worden alleen de korte vezels gebruikt die overblijven bij het proces om touw, matten, borstels, matrassen en zakken te maken. Omdat deze korte kokosvezels steeds vaker als veenvervanger gebruikt worden noemen we het wel coco peat (kokosturf), de officiële benaming is echter coir pith. Door de korte vezels in compacte blokken te persen kan het met relatief weinig transportenergie naar Nederland worden verscheept. Helaas groeien er nog geen kokospalmen in Nederland, dus blijft het nog zoeken naar een echt duurzaam alternatief.

geperste blokken kokosvezel worden met water erbij weer bruikbaar

Vlas, hennep, katoen, jute, agave, brandnetel, gras, etc.

Er zijn nog veel meer planten die vezels produceren. De planten in dit lijstje worden al volop gebruikt in de kledingindustrie en een deel ervan kan prima in Nederland (of in de buurt) gekweekt worden. Helaas is er geen plant bij die zo geschikt is om potgrond van te maken dat het al op grote schaal gebeurt, maar voor je eigen potgrond recept kan het natuurlijk prima.
Je kunt je oude katoenen kleding versnipperen of touw (sisal=agave of jute) in kleine stukjes knippen of gewoon brandnetels of grote grassen (stro, riet, bamboe, mais, miscanthus) hakselen en door de grond mengen. Het nadeel van veel van deze vezels is dat ze nog veel andere voedingsstoffen bevatten (suikers/stikstof) en veel planten kunnen daar slecht tegen.
Bij de Wormerij zijn we ook aan het experimenteren met vlas en hennep. We mengen het alvast bij het GFE zodat de compostering beter verloopt en met de hulp van de wormen worden de vezels alvast gemengd met de compost. We kunnen het helaas nog niet in enorme hoeveelheden bijmengen, maar wie weet wat we nog ontdekken. Als je zelf een goed idee hebt voor een soort vezelplant die we kunnen testen, laat het vooral weten!

Hout

De beste soort vezels voor potgrond worden gemaakt van hout. Er zijn vele soorten bomen die heel goede houtvezels leveren, maar ze hebben eerst wat bewerkingen nodig. Van nature nemen de meeste houtvezels heel traag water op, maar als ze eerst worden gecomposteerd kunnen ze geweldig snel water opnemen en het ook nog eens heel lang vast houden. Goede kwaliteit houtcompost kan zelfs beter water vasthouden dan kokosvezel.
In de natuur is de beste grond gemaakt van super traag gecomposteerd hout: bosgrond. Het duurt tientallen jaren, maar geeft dan ook een prachtig soort grond die vol zit met leven.
Het composteren van houtvezels kan sneller, maar duurt dan nog steeds ongeveer 2 tot 3 jaar, dus doorgaans hebben we geen tijd om daar op te wachten. Met behulp van biomeilers wordt wel houtcompost gemaakt waarbij de warmte van het proces wordt gebruikt tijdens het ‘wachten’ tot het klaar is. Soms kun je een partij houtcompost kopen, maar het is niet goedkoop en helaas nog maar weinig beschikbaar.
Er zijn een paar leveranciers van bladcompost in Nederland en dat bevat natuurlijk ook veel houtvezel als het van het blad van bomen gemaakt is. Je moet dat altijd goed controleren en let ook op dat blad dat op straat opgeveegd is vaak veel plastic of andere verontreinigingen bevat. Je kunt natuurlijk ook zelf blad verzamelen in de herfst en hakselen (en eventueel composteren) om in de lente door je potgrond te mengen.

10% Compost

Het derde ingrediënt van potgrond is compost. Je voegt hiermee het leven toe aan je potgrond. Heel kort gezegd is dat wat de planten nodig hebben om de mineralen uit het zand op te kunnen nemen. Zonder de microbiologie die in de compost zit kunnen de planten niet (optimaal) groeien en niet alle voedingsstoffen opnemen die ze nodig hebben. De compost bevat niet alleen de micro-organismen, maar ook een kant-en-klare voedingsbodem waar die organismen van kunnen leven. Die voeding wordt wel aangeduid als ‘stabiele organische stof’ of ‘humus’ en is dus niet zo zeer voor de planten, maar juist voor alle ‘beestjes’ die zorgen dat de grond blijft leven en de plant kan groeien.

een zak wormencompost (wormenpoep) en een bak vochtige kokosvezel

Er zijn zoveel soorten compost dat we hier niet te diep op in gaan, voor elke plant kun je precies die compost maken die perfect is. Voor een ‘algemene’ potgrond kun je het beste een ‘algemene’ compost gebruiken die gemaakt is van een heel divers aanbod aan ingrediënten. In een Wormerij maken we compost van heel veel soorten groente-, fruit- en etensresten, dus dat is ook geschikt voor heel veel soorten planten.

Wormencompost is zo goed geschikt om potgrond mee te maken omdat de wormen een grote hoeveelheid nuttige micro-organismen toevoegen aan hun uitwerpselen én tegelijk de voedingsstoffen stabiel maken zodat ze niet wegspoelen bij het water geven.
Pure wormenpoep bevat zoveel leven dat je er vooral niet teveel van moet toevoegen, daar kunnen de meeste planten niet tegen. Met 10% wormencompost voeg je voor de meeste planten meer dan genoeg toe, anders komen de voedingsstoffen uit de mineralen te snel vrij.
In feite ben je dus de wormencompost aan het verdunnen in plaats van potgrond aan het maken 😉